De balans tussen boterbriefje en archeologische waarden: een kwestie van gewicht

In de voortdurende strijd tussen behoud van erfgoed en vooruitgang lijkt soms het bureaucratische keurslijf zwaarder te wegen dan de vraag hoe groot de kans is dat er archeologische schatten onder onze voeten sluimeren. Vooral bij kleine bodemingrepen van particuliere initiatiefnemers dreigt de neiging van de bevoegde overheid om een “boterbriefje, just in case” te vragen soms zwaarder te wegen dan de kans op het ontdekken van een behoudenswaardige archeologische vindplaats op een kavel met het formaat postzegel.

Het is begrijpelijk dat de overheid waarborgen stelt voor het behoud van ons erfgoed. Niemand wil het risico lopen dat belangrijke archeologische vondsten worden vernietigd, zonder dat er eerst een goede afweging heeft plaatsgevonden. Echter, in de praktijk zien we soms dat dit kan uitmonden in een kafkaëske bureaucratische rompslomp die kleine initiatiefnemers ontmoedigt en vertraagt, terwijl de kans op het vinden van behoudenswaardige archeologische resten minimaal is.

Het is niet ongebruikelijk dat een particulier, die slechts een klein stukje grond wil aanpassen voor persoonlijk gebruik, wordt geconfronteerd met archeologische voorwaarden en procedures terwijl een plan op andere aspecten vergunningsvrij is. Hoewel deze maatregelen bedoeld zijn om ons erfgoed te beschermen, kan de realiteit soms anders uitpakken, zeker wanneer de expertise op het gebied van archeologie niet zelf aanwezig is bij de bevoegde overheid, maar ingehuurd wordt.

Het gevolg is dat kleine initiatieven, zoals het bouwen van een schuur of het bouwen van een bijgebouw, worden belemmerd door archeologische bureaucratische rompslomp. De kosten en tijd die gemoeid zijn met het doorlopen van deze procedures kunnen ontmoedigend zijn voor particulieren, vooral wanneer de kans op het vinden van iets van archeologische waarde uiterst klein is. In verweer gaan tegen dit soort besluiten kost over het algemeen veel tijd (en geld), waardoor vrijwel iedereen eieren voor zijn geld kiest.

Natuurlijk moeten we ons erfgoed beschermen en respecteren, maar dit moet in balans zijn met de behoeften en mogelijkheden van kleine initiatiefnemers. Misschien is het tijd om de procedures te heroverwegen en meer flexibiliteit te bieden voor kleine bodemingrepen waar de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische vondsten minimaal is.

Door een evenwicht te vinden tussen het beschermen van ons erfgoed, zonder in de verkramping te schieten, kunnen we ervoor zorgen dat ons erfgoed bewaard blijft zonder het draagvlak te verliezen. Het is een delicate balans, maar een die we moeten nastreven om een levendige en welvarende samenleving te behouden, waar het verleden en de toekomst hand in hand gaan.

Andere columns