Computer says no: een kritische blik op archeologisch beleid in Nederlandse gemeenten

What is heritage

In de schijnbaar eindeloze lappendeken van Nederlandse wet- en regelgeving, waarin de verantwoordelijkheid voor archeologie decentraal op gemeentelijk niveau rust, zou je verwachten dat er een zekere uniformiteit heerst. Toch blijkt in de praktijk dat enkele pareltjes van eigenzinnigheid, vaak gesteund door externe adviseurs, een risico met zich meebrengen.

Het gevaar van een archeologische incrowd ligt op de loer. Een wereld waarin men zichzelf beschouwt als de ultieme hoeder van het lokale erfgoed, waarbij de letter van de wet zwaarder weegt dan de strekking ervan. Het lijkt alsof elke vierkante meter potentieel een bijzondere schat herbergt, en dus wordt er op microniveau gemanaged. Ongeacht de situatie of de coöperatieve opstelling van de initiatiefnemer, luidt het antwoord steevast als een echo uit Little Britain: “computer says no”.

Natuurlijk is duidelijkheid in beleid essentieel, maar hier ligt vaak de crux. Is het beleid dat gehanteerd wordt een weerspiegeling van de wensen van enkele dogmatische archeologen die sommige ambtenaren souffleren, of is er een breed draagvlak? Archeologie is vaak een niche binnen gemeenten, waar externe adviseurs voor worden ingevlogen. Hoe goed zijn de gemeenten eigenlijk geïnformeerd? Zijn ze zich bewust van de valkuilen?

Het feit dat archeologische selectiebesluiten niet vatbaar zijn voor beroep of bezwaar maakt de positie van de beleidsadviseur archeologie, vooral wanneer deze ondersteund wordt door externe adviseurs, uiterst precair. Wiens wil is hier eigenlijk wet? Initiatiefnemers geven vaak maar toe aan de druk, wetende dat tegengas bieden weinig zin heeft. Een gesprek met een wethouder mondt vaak uit in een teleurstellende constatering: “we begrijpen uw zorgen, maar we steunen onze adviseur”.

Bij integrale advisering denken adviseurs steeds meer mee met de initiatiefnemers, bijvoorbeeld door archeologie duurzaam bouwen of alternatieve onderzoeksmethoden voor te stellen. Niet-archeologisch onderlegde ambtenaren hebben vaak nog steeds weinig benul van het reilen en zeilen binnen de archeologie en (relatief) nieuwe ontwikkelingen binnen ons vakgebied en buiten hun gemeente. Het leunen op de kennis van anderen kan dan een manier worden om verantwoordelijkheid te omzeilen.

En dus bijten initiatiefnemers door de zure appel heen, wetende dat de aanvullende onderzoeksverplichting in sommige gevallen onterecht is. Ze weten echter ook dat ze geen andere keus hebben als ze nog zaken willen doen in de gemeente. Hoeveel lokale politici en bestuurders begrijpen eigenlijk hoezeer dit het draagvlak voor erfgoed ondermijnt? Het lijkt erop dat het gemakkelijker is om de weg van de minste weerstand te kiezen, zelfs als dit ten koste gaat van duidelijkheid en rechtvaardigheid.

Andere columns